Geschiedenis van schapendrijven

Schapendrijven is één van de oudste beroepen, dat ergens 6000 jaar geleden begonnen is in West Azië. Schapen werden gehouden voor hun melk, vlees en speciaal hun wol. In de volgende millenia verspreidden schapen en schapendrijve ofwel hoeden zich door heel Europa en Azië.


bron Wikipedia

Sommige schapen werden geïntegreerd in de familieboerderijen samen met andere dieren zoals kippen en varkens. Alleen om grote kuddes te kunnen houden en onderhouden, moesten de schapen verplaatsbaar zijn van veld naar veld. Dit vroeg om een ander type veehouder dan het beroep boer. Hoeders moesten ervoor zorgen dat hun kudde beschermd werd tegen wolven en andere roofdieren. De herder was ook verantwoordelijk voor de migratie van de kudde en moest ervoor zorgen dat deze van tijd tot tijd op markten verscheen voor verkoop. In ouwe tijden werden de schapen ook gemolken door de herder, en maakte hier kaas van. Alleen sommige schapenhouders doen dit tegenwoordig nog.

In veel maatschappijen waren herders een belangrijk onderdeel van de economie. Anders dan boeren, waren herders vaak in loondienst, betaalt om op andermans schapen te passen. Herders leefden ook weg van de bewoonde wereld, vaak als nomaad. Het was altijd een baan voor alleenstaande mannen zonder kinderen. Dit zorgde ervoor dat het geen beroep was dat van vader op zoon doorgegeven werd. Herders waren meestal de jongste zonen van boeren, die geen land zouden erven. In sommige landen kwam het voor dat elke familie zijn eigen herder had om bij de eigen kudde te werken, vaak waren dit kinderen, jongeren of juist ouderen die niet konden helpen bij het zware werk, deze herders waren volledig geïntegreerd in de maatschappij.


bron Wikipedia

Herders zouden samenwerken in groepen, zowel in de vorm van elkaar afwisselen bij de wacht op één grote kudde dan wel voor het samen verantwoordelijkheid delen over de grote groep. Ze leefden in kleine hutjes, vaak samen met de schapen en kochten eten bij dorpjes waar ze langs kwamen.

Tot de modernere wereld om de hoek kwam, het hoeden werd beperkt tot bepaalde delen van de wereld. In de lagere landen en platte velden werd het veel efficienter om akkers te verbouwen. De schapen verdwenen naar de ruige gebieden en hoge bergen. Het schapenhoeden op grote schaal kwam nog veel voor in Israël, Griekenland, de Pyreneeën  en Schotland.

Natuurlijk konden de herders niet zonder hun honden, en in een speciafiek deel van Groot Brittanië ging men speciafiek fokken op het vermogen schapen te drijven. Het is geen verrassing dat hier de border collie van oorsprong vandaan komt. Tegenwoordig is dit beroep weer een beetje aan het aantrekken. Herders met hun border collies worden steeds vaker ingezet om natuurgebieden en moeilijk te maaien stukken te begrazen. Dit blijkt namelijk niet alleen een milieu besparende maar ook een portemonnee besparende manier van het netjes houden van perken, paden en wegkanten.